Côtes-d'Armor

Dit departement ontleent zijn naam aan het Bretonse woord Arvor, wat kust betekent, in tegenstelling tot Argoad, het binnenland. Het eerste deel "Côtes" komt van de oude naam van het departement af: Côtes-du-Nord. In het Bretons is Côtes-d'Armor "Aoudou an Arvor".

Het departement is ontstaan tijdens de Franse Revolutie, op 4 maart 1790, rond een deel van de toenmalige provincie Bretagne, met name het bisdom van Saint-Brieuc-Tréguier. 

Gedurende tweehonderd jaar droeg het departement de naam Côtes-du-Nord. Niet iedereen was het daarmee eens en uiteindelijk werd de naam in 1990 gewijzigd in Côtes-d'Armor, een aantrekkelijker naam die letterlijk "kusten van de zee" betekent. 
    
Het departement vindt zijn toeristische rijkdom door zijn ligging aan de Kanaalkust en de variëteit van de kustlijn. De kust biedt talrijke zandstranden tussen heuvels en kliffen. Die van Plouha zijn de hoogste van Bretagne. De kust van de Granite Rose is, zoals de naam al aangeeft, vrood gekleurd en de rotsen zijn er van een uitzonderlijke grootte (zoals bij 
Ploumanach). Aan de overkant, in zee, bieden de Sept-Iles (zeven eilanden) een veilige plaats aan vogels in het grootste ornithologische reservaat van Frankrijk. Nagenoeg op de noordelijkste punt, herbergt de archipel van Bréhat, tegenover Paimpol, een keur aan tropische planten die in de open lucht groeien. De baai van Saint Brieuc is na de baai van Mont St. Michel de grootste van Frankrijk.
       
Er zijn talrijke bezienswaardigheden op historisch en architectonisch gebied, zoals middeleeuwse steden (Dinan, Moncontour), oude kapellen, kastelen (Rosambo, La Roche-Jagu, Tonquédec) en abdijen (Beauport).

Verder biedt het departement het hele jaar door veel activiteiten op sportief gebied. 
Naast de watersport zijn er in het binnenland veel mogelijkheden tot wandelen, fietsen of mountainbiken. Ook paardrijden is een gewilde activiteit. Voor de echte avonturiers is er gelegenheid tot deltavliegen langs de kliffen van de kust of tot duiken bij Perros-Guirec.